Artikel
Inheemse beplanting vraagt om lef én nuchterheid
Beplantingsontwerp voor Internationale School Utrecht


De plek bepaalt de ambitie
Deze maand bereikte de bouw van de Internationale School Utrecht haar hoogste punt. Een mijlpaal voor een gebouw op een bijzondere plek, precies op de grens van stad en natuur, aan de rand van de Uithof en grenzend aan park Amelisweerd. Die ligging is niet alleen mooi maar ook bepalend. Voor het ontwerp van het plein en de daktuinen stelde de Biodiversiteitsraad van de Universiteit Utrecht dan ook een heldere eis. Een volledig inheems beplantingsplan, om te voorkomen dat uitheemse of invasieve soorten zich vanuit het schoolterrein verspreiden naar het park. Copijn deelt die ambitie. Inheemse beplanting verbetert de habitat voor lokale insecten en kleine dieren en geeft schoolkinderen dagelijks contact met de natuur, zonder dat het als les aanvoelt.

Inheems waar het kan, eerlijk waar het niet kan
Een volledig inheems plan is een helder streven. De praktijk vraagt om scherpte. Het terrein rondom het gebouw is beperkt en inheemse struiken en bomen zijn doorgaans groot. We willen struiken niet stelselmatig hoeven terugsnoeien om ze op formaat te houden, want dat gaat ten koste van de bloei en besvorming. Daar komt bij dat kinderen van nul tot achttien jaar dagelijks spelen, klimmen en rennen. Planten moeten dat aankunnen.
Op de begane grond lukte het desondanks goed. Vrijwel alle bomen en heesters zijn inheems. Een bewuste uitzondering is de walnoot als klimboom, een grote wens van de school en op termijn waardevol als voedselbron. De kwetsbaardere inheemse kruiden en waardplanten staan achter in de vakken, beschermd door robuuste randbeplanting. Per saldo is de begane grond voor 90% inheems ingericht.


Op het dak beslist de groeiplaats
De daktuinen vragen om een andere afweging. Wind, volle zon, droogte en een grondlaag van slechts 10 tot 30 centimeter maken de groeiplaats vergelijkbaar met rotsachtige mediterrane omstandigheden. Inheemse soorten die gewend zijn aan vochtige rijke bodems, zouden op de lange termijn dan niet overleven. Copijn koos daarom voor midden- en Zuid-Europese soorten zoals salie en rozemarijn. Insectvriendelijk, duurzaam en haalbaar op deze plek. Het aandeel inheems op het dak is desondanks 40%. Geen gemiste kans maar een eerlijke weergave van wat de plek toelaat. Want uiteindelijk is dat waar het om gaat. Een gezonde en groene leefomgeving die ook over twintig jaar nog staat.
Benieuwd wat we voor jou kunnen doen?
Sander Rombout
Landschapsarchitect, Projectleider

Gerelateerd
