De do's en dont's voor toekomstbestendig openbaar groen
10 mrt

De do’s en dont’s voor toekomstbestendig openbaar groen

Ward Maaswinkel

Landschapsarchitect en Beplantingsspecialist

Copijn heeft onlangs aan twee afzonderlijke vergelijkbare projecten in het openbaar groen gewerkt. Hierbij hebben we hoogwaardige beplantingsplannen opgesteld en tot op besteksniveau uitgewerkt. De uitgangspunten voor beide projecten waren grotendeels gelijk, zo ook onze ontwerp- en beplantingsvisie. Het ging in beide projecten om nieuwe plantvakken met nieuwe grond op plekken waar voorheen nog geen groen aanwezig was. Ondanks deze overeenkomstige uitgangspunten is het eindresultaat per project verschillend. Het verschil zit hem in het realisatieproces en de toegepaste grond. In dit blog vergelijk ik deze twee projecten en ga ik in op wat er goed en minder goed is gegaan.

Het belang van directievoering en goede grond

Copijn werd door gemeente Tilburg gevraagd om voor een herstructureringswijk een “interessant, uitdagend en innovatief ontwerp en beplantingsplan te realiseren, met gelaagdheid in beplanting en variatie in kleur, verschijningsvorm en zomer/winterbeeld, gebruik makend van sterke beplantingssoorten, uitmondend in een laag onderhoudsniveau”.

De plantvakken zijn tijdens de heropbouw van de wijk al vroeg gevuld met teelgrond, zodat andere werkzaamheden niet gehinderd werden. Het gevolg was echter dat na het opbrengen veel over de plantvakken werd gereden. Voor deze teelgrond houdt gemeente Tilburg een standaard omschrijving uit het RAW bestek aan, waarbij een organisch stofgehalte van 2-4% wordt voorgeschreven. Voor bomen en standaard gemeenteplantsoen is dit voldoende maar voor dit project was het niet toereikend.

Het was de bedoeling dat de grond in de plantvakken zou worden gediepfreesd en aangerijkt met een dikke laag compostgrond, voordat de nieuwe planten gepoot werden. Deze laatste cruciale stap lijkt te zijn overgeslagen, wat veel nadelige gevolgen heeft voor de nieuwe beplanting. De grond heeft nu een zeer droog, schraal, zanderig karakter. Dit was niet gebeurd als de door ons voorgeschreven laag compost was opgebracht voor aanplant.

“Al voordat de nieuwe planten gepoot waren, kwam er op veel plekken kweek en ander hardnekkig onkruid boven.”

 

Een nog groter probleem van de toegepaste grond is dat deze niet vrij was van onkruid. Al voordat de nieuwe planten gepoot waren, kwam er op veel plekken kweek en ander hardnekkig onkruid boven. Daar valt vervolgens moeilijk tegenop te schoffelen. Dit kan en mag nóóit het geval zijn indien het RAW bestek wordt aangehouden. Het probleem hierbij is dat het moeilijk te controleren is bij levering en vaak pas na een half jaar zichtbaar wordt.

De plantvakken hadden beheerniveau A, echter lukte het de geselecteerde hovenier niet dit beheerniveau te bereiken of vast te houden. De directievoering op de grondkwaliteit door de gemeente bleek gedurende dit project onvoldoende. Het gevolg was dat de doelstellingen van de gemeente voor deze nieuwe plantvakken maar gedeeltelijk behaald zijn.

Samenwerking en een gezamenlijk doel

Bij een vergelijkbaar project voor gemeente Hellevoetsluis merkten we dat de lijntjes tussen de verschillende partijen binnen en buiten de gemeente zeer kort waren. Hierdoor vond overleg centraal en efficiënt plaats en was er geen sprake van verwarring of éénzijdige wijzigingen/besluitvorming. Een groot verschil met het project in Tilburg was dat de hovenier gedurende dit project verantwoordelijk was voor de aanleg én het onderhoud achteraf. De hovenier heeft zelf de grond en het plantmateriaal geleverd. Een goede hovenier bezuinigt nooit op grond- en plantkwaliteit, omdat hij weet dat dit op lange termijn alleen maar voor extra onderhoud en inboet zorgt. Deze werkwijze waarborgt de kwaliteit van een openbaar groen project.

Bij de gemeente Hellevoetsluis is Copijn als adviserende partij aan tafel gebleven na de ontwerpfase, gedurende de uitbestedings- en realisatiefase. Door goed overleg vooraf met de hovenier is al het geleverde materiaal van gewenste kwaliteit. Tijdens de directievoering bleek dat ons advies, voor de toe te passen grond, naadloos is opgevolgd, zo ook ons advies voor plantdichtheid en plantmaat. Het beeld na aanleg was zoals beoogd en het onderhoud is tot nu toe minimaal geweest. Voor alle partijen was en is het doel helder: toekomstbestendig openbaar groen van hoge esthetische kwaliteit creëren.

Verschil grondkwaliteit

Verschil in grondkwaliteit. Links zien we teelaarde die niet bleek te voldoen aan de vooraf gestelde kwaliteitseisen. Het organisch stofgehalte is laag, het oogt als schrale zandgrond. Rechts zien we hoogwaardige ‘zwarte’ teelaarde, met een hoog organisch stofgehalte.

Projecten na aanleg Copijn

Beide projecten in het eerste jaar na aanleg. De grondbedekking bij het project links is lager dan bij het project rechts. Dit betekent meer onderhoud en snellere uitdroging van de grond. Bij beide projecten is het uiteindelijke beeld aantrekkelijk alleen oogt het project rechts voller en gezonder. Bij het project rechts zijn meer bijzondere plantensoorten toegepast die hogere eisen aan de bodem stellen. Bij het project links doen alleen de robuuste soorten het goed die van schrale grond houden. De verfijning is uit het beplantingsplan verdwenen als gevolg van de schrale grond.

Hoogwaardig openbaar groen: meer dan alleen een slim beplantingsplan

Goede grond blijkt in veel gevallen een rekbaar begrip te zijn. Het is belangrijk vooraf de kwaliteitseisen vast te stellen en als gemeente te handhaven zodat alle betrokken partijen de afspraken nakomen. Bij grote projecten zoals bij Tilburg is het procesmatig gezien vaak niet mogelijk om één partij verantwoordelijk te maken voor het leveren van de grond én de aanplant. Civiele aannemers (met weinig affiniteit voor beplanting) leveren dan vroeg tijdens de bouw de grond en een half jaar later zet een hovenier de planten in de grond. Als de grond dan van slechte kwaliteit blijkt te zijn, en er is tijdens het realisatieproces niet goed gecontroleerd en gehandhaafd, is de kans groot dat partijen naar elkaar gaan wijzen. Dan is het ‘mosterd na de maaltijd’ en zijn de nieuwe plantvakken bij oplevering alles behalve ‘toekomstbestendig, onderhoudsarm en van esthetisch hoge kwaliteit’.

“Het gaat om grote hoeveelheden publiek geld, dus naar mijn mening zijn gemeentes dit naar de samenleving toe verplicht.”

 

Hoogwaardige teelaarde vrij van onkruid, dus goede grond, vormt de basis van elk toekomstbestendig openbaar groen. Als de lat hoog wordt gelegd door gemeentes zoals in deze twee voorbeelden, is het minstens zo belangrijk dat verschillende betrokken afdelingen en partijen hetzelfde hoogwaardige eindbeeld nastreven. De samenwerking en communicatie moet transparant en eenduidig zijn. Hoe kleiner het aantal partijen betrokken bij de realisatie van een dergelijk groenproject, des te hoger de kwaliteit van het uiteindelijke eindbeeld. De eenmalige grotere investering aan de voorkant van het proces is het op langere termijn meer dan waard, zowel in financieel als in esthetisch opzicht. Het gaat om grote hoeveelheden publiek geld, dus naar mijn mening zijn gemeentes dit naar de samenleving toe verplicht.

Wat zijn jullie ervaringen bij dit soort projecten? Ik nodig ontwerpers, hoveniers, civiele techniekers, aannemers, ambtenaren en andere ervaringsdeskundigen uit te reageren onder dit stuk.

Terug naar nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *